Zien en gezien worden

Elke zomer, opnieuw en opnieuw, kruist dit wonderlijke fenomeen onvermijdbaar mijn pad. En telkens weer weet ze me te grijpen, trekt genadeloos mijn aandacht, dwingt me op de knieën en nodigt me minzaam uit om haar oeverloos te fotograferen. Want ze is fotogeniek, voor mij althans, en ze is met de jaren misschien wel mijn favoriete model geworden. We hebben geen persoonlijke relatie, zij en ik, maar ik verzoen me telkens weer met een ander fascinerend exemplaar. En dat werkt.

Het heeft net lichtjes geregend, het licht is dwingend sterk. Ik volg een glimmend spoor, zo vers dat het me naadloos tot bij haar brengt. Wie gezien wordt, laat steeds sporen na, sporen die leiden naar een quasi perfecte 0, 1, 1, 2, 3, 5, 8 … – schoonheid, à la Fibonacci. Of ligt de schoonheid in de geest die ze aanschouwt ?  Een ontmoeting.  Een opmerkelijk frêle wezentje, een impressionant exoskelet. Hoe moet het voelen om steeds je huis bij je te hebben ? Ben je dan steeds thuis ? Of blijft de wereld je thuis ? Had Bomans haar in gedachten toen hij zei : ‘De kunst van het leven is thuis te zijn alsof men op reis is.’ ?

 

Ik wil haar en die traagheid van haar bestuderen, nu direct, om te zien of ik van haar zou kunnen leren. Ik wil haar bezig zien met wat ze onder haar voeloortjes heeft, wat dan ook, mits het maar gebeurt zoals zij het heeft gepland. Ik wil haar zien voortschrijden, terugschakelen, halt houden, de ene richting nemen in plaats van de andere, en haar beweegredenen ontdekken, en ervan leren. Ik wil vergeten dat ik in mijn hoofd vaak op weg ben, doen alsof dat niet zo is, en stil mogen toekijken.

Het is koeler en bewolkt vandaag en ik probeer mezelf te bekijken in de weerspiegeling van een glazen deur, maar een wirwar van glinsterende populieren en vluchtige wolken maken mijn beeld mat en nauwelijks waarneembaar. Het beeld doet me denken aan de vage bewegingen van moleculen, microscopisch uitvergroot.

Als ik nu één enkele wens zou mogen doen, zou ik wensen dat er even niets veranderde. Dat alles eeuwig vastlag. Ik wil voorspelbare dagen. Dus zit ik hier, hier met haar in de tuin, en ik wil nergens anders ter wereld zijn.

Even op de vlucht

Hartige verwennerijen op een boeiende vergadering, die naar mijn gewoonte net iéts te laat eindigt voor een doordeweekse donderdagavond. Het sneeuwt. Flinke vlokken, die, nauwelijks de grond geraakt, alweer verdwijnen, als sneeuw, maar dan zonder zon.  Moedig de fiets op en weg wezen, ingeduffeld in m’n parka die me als een troostend deken om het lijf zit, een fleece muts en degelijke lederen handschoenen ter ondersteuning. Eenzaam trappend de spoorweg volgend, de joodse buurt door, langs een somber Stadspark, de fel verlichte Leopoldstraat, de Wilde Zee nog steeds in kerststemming, verlatenheid alom. De voetgangerstunnel als mijn baken, blij om bijna thuis te zijn. D. weet dat ik onderweg ben, er wacht me verse thee. Onder de luifel, voor de liftdeuren schuilen twee licht aangeschoten Nederlanders tegen de sneeuw, vrolijk luidruchtig, dat wel. Op zo’n eenzame avonden zoeken mensen mekaar op, starten zeldzame gesprekken met onbekenden, oppervlakkig, maar toch. Aan de overkant van de tunnel gekomen, blijkt de lift het niet te doen, de roltrappen even zo min. Shit ! Een hoopvolle druk op de knop, op zoek naar communicatie, op zoek naar een antwoord in een onverwacht vervelende situatie. Een hartelijk weerwoord volgt :

Wadiest !?!!!

Goeienavond, de lift marcheert niet, en de roltrap ook niet.

Da wete we ! Dié zèn kapot !

Stilte

Ja … (hoopvol)

Dié wurre mo-re-ge ge-mokt !

Goed, maar eh, ik geraak dus niet thuis…

Die wurre mo-re-ge ge-mokt !

Dat begrijp ‘k. Zou u de roltrappen dan in gang kunnen zetten of op z’n minst op Rechtoever melding willen maken van deze panne ? Dan hoeven mensen niet tevergeefs tot hier te fietsen of te stappen.

Wa kunne nie on die liechtpaniejle waareke !

Stilte.

Teleurgesteld … nee, verdomme boos op een moedwillige “medewerker” wiens stem gewoon zijn werk denkt te moeten doen, boos over weinig, om niet te zeggen geen bereidwilligheid … ik ben moe, met quasi bevroren benen en een door een ijzig sneeuwgordijn gebotoxed gezicht … even overleggen hoe ik de andere kant van het water kan bereiken … de sneeuw houdt dapper aan, mijn jeans intussen drijfnat langs mijn benen kletsend, eens warme sokken zompig in mijn foute kalfslederen fashionista multicolored fuckbottekes, die, gezien de omstandigheden tot weinig spannends dreigen te resulteren … dan maar naar de Kennedyfietstunnel. Duwen, stampen, tegensneeuwwind, nachtdonker op mijn vér-stralerfietslicht na, in mijn eentje richting de Petrol, een auto houdt naast me in en volgt even mijn tempo … what the f*** !?! … niet opzij kijken en me net iets struiser op mijn zadel positioneren … angstig … ik wil niet denken aan wat er zou kunnen gebeuren, hier in dit verlaten pre-havenlandschap … of net wel … blijven trappen … papa, is het nog ver ?

De verschrikkelijke Sneeuwmanvrouw ligt een uurtje later knus in bed. ’s Anderen-daags toont de scheurkalender een uitspraak van good old chap George Burns : “Alledaags geluk betekent dat je niet kunt wachten om naar huis te snellen omdat er warme soep op je staat te wachten.”

9cad9da5-047c-464c-9d58-6fdbca0635b3

 

Vluchtelingen, allemaal mensen, mannen, vrouwen en kinderen, burgers van een land, vermoeid strompelend onderweg, op zoek naar een beter leven dat hen door de doorsnee Europeaan amper, zo niet slechts argwanend wordt gegund, thuis ijlings vertrokken, nauwelijks beducht op onvoorziene omstandigheden en hindernissen, ook voor hen sneeuwde het vannacht. Een eenzame tocht zonder een warm welkom-thuis, een flanellen bolletjespyama of een vederdonzen dekbed om onder weg te dromen.

 

Fin d’année

Het “fin d’année-gevoel”, de onweerstaanbare neiging

om toch, hoewel morgen vandaag zal verlengen, een periode af te sluiten,

om in één of meerdere oogopslagen het jaaroverzicht dat het mijne is, glimlachend te erkennen en op te slaan, voor later misschien,

om een persoonlijke evaluatie te maken,

om mijn black box op te sporen en zorgzaam te openen,

om mijn persoonlijke crashes uit te pluizen en aandachtig te luisteren naar mijn co-piloot,

om de teller legaal terug te draaien, op nul te zetten

om pas dan vooruit te kijken naar alle volgende dagen die op hun beurt alle voorgaande zullen verlengen. Mijn ritueel om geruisloos de overgang naar een nieuwe periode te markeren.

 

En nee, ik zal dus ook dit jaar niet voor de klassieke goede voornemens zwichten, maar besluit terug te blikken op datgene wat me energie gaf, datgene wat me lichter en blijer maakte, wat me hoopvol stemde en nieuwsgierig, datgene wat mijn talenten vrij spel gaf, wat me ruimte bracht, de tijd liet vliegen en vaak ook weer stil liet staan, wat mijn waarden belichtte, wat vooral mijn leven mooier maakte.

 

Waar kreeg ik het afgelopen jaar dan het meeste energie van ? Het klinkt absoluut niet sexy, maar waarschijnlijk ben ik me het voorbije jaar vooral bewust geworden van de rol van gewoonten om tot een gelukkig, gezond en waardevol leven te komen. Ik geloof dat het niet zozeer herhaling is die een gewoonte tot een gewoonte maakt, maar eerder besluitvorming. Ja, beslissingen nemen is lastig én vermoeiend én vergt enige beheersing en aandacht. Met een gewoonte zet je je doen en laten, hups, op automatische piloot. Relax and smile, baby …

 

Ik besluit dus niet dat ik om 6u00 opsta en mediteer. Ik besluit dus niet dat ik een gezond ontbijt van havermout, fruit en soya-yoghourt neem. Ik besluit dus niet dat ik door weer en wind dagelijks fiets. Al die dingen heb ik al besloten. Het zijn mijn gewoontes geworden. Zo hoef ik die beslissingen niet telkens opnieuw te nemen, want dàt is precies wat me vermoeit. Zo opent zich tijd én ruimte om na te denken, om met en dankzij nieuwe dingen aan de slag te gaan, om me door het onverwachte te laten verrassen.

11046227_928010990610136_1738224495805049361_n

In het voorjaar kreeg ik met “XY” van Sandro Veronesi opnieuw die zalige goesting om te lezen,  als bij toeval ontmoette ik in die periode op een training de schitterende Ivette, een uitermate gepassioneerde lerares Italiaans, die me een week later prompt haar lectuurlijst Italiaanse schrijvers bezorgde. Vertrokken was ik , één voor één : Alessandro Baricco met Mr Gwyn op kop, daarna Beppe Fenoglio, Gianrico Carofiglio, nog meer Baricco, Margaret Mazzantini, Alessandro d’Avenia en nog meer Kalme Chaos en Zeldzame Aarden ; stuk voor stuk heerlijke Italianen die me de voorbije zomer vergezelden en deden smelten. En er kwam meer, nog steeds. Lezen maakt me intens gelukkig, dagelijks lezen geeft me energie en heeft me er naadloos toe gebracht om zelf weer te gaan schrijven. Voor een publiek.  Als blogger.

 

Voor je het weet knutsel je je website in mekaar, onderzoek je een concept, kom je tot een alleszeggende naam, vertel je wie je bent en schrijf je, eerst krampachtig, later gelukkig iets vlotter je eerste artikel. Heerlijk vind ik het om, met enige tijdsdruk en toch als vrije mens, te pogen wekelijks een Blik-opener te posten. Deze Blik-opener houdt me scherp en nodigt me uit om anders naar mijn omgeving te kijken en vooral te luisteren, om aandachtig te zijn en ogenschijnlijke details op te pikken die eertijds verloren zouden gaan. Een klein bericht dat een levensgroot verhaal vertelt : het komend jaar extra inzetten op datgene wat me energie geeft.

Voornemens

Niet dat het zo belangrijk is, maar toch, de laatste maand van het jaar is gestart : korte dagen, de langste nachten, de pakjes- en gezellig-eten-en-drinken-maand én daar nog ’s bovenop de 13e-maand.   Hoe mooi kan het materiële leven zijn ! Het is weeral voorbijgevlogen, dat jaar, zeggen mensen dan graag.

 

– En, vraag ik geanimeerd, wat zijn jouw voornemens ? Misschien kan je me wel inspireren.

– Pfff, daar doe ik niet aan mee, aan goede voornemens, dat vind ik zo’n flauwe zever, krijg ik steevast als antwoord. Weer eens afvallen en weer vaker gaan sporten, ik geloof het graag; en hoe lang houdt een mens het deze keer vol ?

Een pertinent en cynisch wegwuiven van ook maar de geringste hoop om je lot in handen te nemen én te houden.

Als ik nadenk over voornemens en hoe die in mijn leven passen, dan kan ik alleen maar vaststellen dat ik er niet de gewoonte op na houd om mezelf bij het begin van een nieuw jaar stelselmatig een aantal zaken op te leggen. Nog minder kom ik tot het besluit om me dingen te ontzeggen of juist niet meer te doen. Vanuit dagelijkse meditatie voel ik een voortdurend aandachtig zijn voor datgene wat ik op dat moment fysiek en mentaal nodig heb. Een aaneenschakeling van fysieke en mentale body-checks. Zo komen veranderingen gaandeweg, geruisloos en dapper mijn leven binnen, kleine veranderingen die ik zie, vasthoud en koester om langzaamaan tot een waardevoller leven te komen.

24202435_l

Wat mij betreft hoeven de moedigen, die toch één of twee levensveranderende voornemens hebben, zich niet in de hoek te laten duwen. De cynici pretenderen graag en met overtuiging dat ze voornemens onnozel vinden; in werkelijkheid zijn ze jaar na jaar teleurgesteld geraakt in hun eigen wilskracht en motivatie. Goed, ik hanteer graag de 80/20-regel en ga er van uit dat inderdaad het merendeel van de goede voornemens op een sisser uitlopen. Dat is nog niet het bewijs van de waardeloosheid ervan. Volgens mij zit voor velen het geluk van het voornemen hem vooral in de mentale schoonmaak. De last van imperfectie valt heel even weg en biedt een visioen van een mooier leven, waarin ze hun gedrag eindelijk in overeenstemming kunnen en ,op dat moment, vooral zùllen brengen met hun ideeën over hoe een goed leven eruit hoort te zien. Dat is mooi. En moedig. En sterk. De gewoonte die hen in zijn greep houdt, wordt kortstondig afgeworpen en geeft ruimte voor iets mooiers, de onoverwinnelijke idee te koesteren dat ze de toekomst hun wil op kunnen leggen; anders legt de toekomst hen haar wil wel op.

In alles wat je doet, gaat het over “the art of the possible”, over “wat is voor mij persoonlijk haalbaar ?”   En daar heb je vaak anderen en je omgeving bij nodig.  Liefde, gezondheid en werk, dat is waar het mensen voornamelijk om gaat.  Niet om “meer op reis gaan” of “twee kilo afvallen”.

Wil je dat voornemens echt werken, stel jezelf dan oprecht de vraag: hoe wil ik leven ?

 

Tijd en ik – 2

Dat is nu net het mooie aan bloggen : je komt al schrijvend op een andere, weliswaar onrechtstreekse manier binnen bij mensen. Mensen die je vaak al erg lang kennen, die je facebookvrienden zijn of die je quasi dagelijks in een eerder oppervlakkige context, noem het werkomgeving, meemaken. Er gebeurt iets tussen mensen. We komen dus tot anders-dan-anders-conversaties aan de koffieautomaat en dat gaat dan zo :

“Ik volg je Blik-opener. Je artikel over Tijd. Interessant … ik voel het helemaal. J. en ik zijn ons nochtans erg bewust van die problematiek rond tijd en toch … toch lopen onze agenda’s genadeloos vol, wordt elk vrij moment geklokt en crossen we, ja, ook onze kinderen, van hot naar her. Op zondagavond stellen we mekaar vaak de vraag : wanneer begint ons weekend nu eigenlijk ? De avonden zijn druk en zelfs in het weekend komen we niet aan onszelf toe. We beseffen het, en toch, het gebeurt gewoon … en ik kan niet duiden waarom.“

 

Tijdvulling – loop even kritisch door je mailbox. We worden letterlijk overspoeld met bits en bytes vol flauwekul. Pr-, communicatie- en reclamemanagers bedenken onophoudelijk de meest waanzinnige stunts om ons enthousiast te maken, te prikkelen en lastig te vallen, met als doel zo veel mogelijk aandacht voor hun producten of diensten te genereren. Het liefst van al ondergaan we deze stroom aan desinformatie live op onze smartphone, naast onze werkpc liggend, die ons op zijn beurt, via een parallel circuit, in zijn greep houdt met de zoveelste dringende to-do of tot geeuwen toe bewegende procedure. Die schreeuw om aandacht, de oorlog om het terrein van onze geest. Onze geest, die thuis én op het werk wordt bestookt met de meest onzinnige, triviale of indringende boodschappen, die stuk voor stuk om onze aandacht en tijd strijden.

het-managen-van-je-vrije-tijd-1441540197

Ik beken : ik word vrolijk van kinderen die al op zeer jonge leeftijd glunderend weten te vertellen wat ze later willen worden. Brandweerman of ingenieur of kapster. Zo was het althans toen ik zelf een kind was – volwassenen stelden je graag de vraag wàt je later wilde worden. Nadenken over je beroep leek uiterst belangrijk. Je werk als toekomstige identiteit. Ik wist nooit wat zeggen. Ik wilde later gewoon gelukkig worden.

Bovenal bewonder ik jongeren die dansen, knutselen of musiceren en alles uit de kast weten te halen om van om het even welke passie hun latere beroep, hun leven te maken. Zachtjes benijd ik hen, die jonge uitverkorenen, die van meet af aan het talent van de daadkracht en het leven in zich dragen.

 

Geef toe, door het gros van de actieve beroepsbevolking wordt werk niet langer beschouwd als een bezigheid die de moeite waard is en het leven verrijkt. Vele jobs beloven nu eenmaal niet de gouden sleutel tot zelfverwezenlijking, maar eerder een passe-partout om de rekeningen te betalen. Omdat het een tegenpool vormt van het werkende leven, dat snel, veeleisend en ernstig is, én het grootste deel van onze tijd in beslag neemt, wordt vrije tijd een soort zinloos spel of een wanhopige poging om bij te tanken, een koortsachtige drang naar vermaak, opwinding en actie als compensatie voor het feit dat onze job ons berooft van onze vrijheid. Door onze levensritmes in werk- en vrijetijdsblokken te verankeren, verandert de hedendaagse werkplek ook het huiselijk leven, waar alleen nog plaats is voor gehaast genot of matte lusteloosheid. Door onze verwarring, opgestapelde vermoeidheid of misplaatst respect voor vage idealen steken we onze energie in vluchtige dingen en verspillen we onze talenten. Een aanslag op ons welzijn: we slagen er niet in onze geest daadwerkelijk te verruimen, onze gezondheid te bevorderen of onze ambities te verwezenlijken.

 

A la recherche du temps perdu : Proust en zijn sluimerende herinneringen. Misschien een speurtocht naar de oorzaken achter de verspilling en het verlies van tijd, een praktisch betoog over hoe je kan ophouden je leven te verdoen en kan beginnen het te waarderen.

Aandacht

Het is gebrek aan aandacht dat me er toe bracht over aandacht na te denken.

Je herkent vast de volgende situatie :

Ik ben in gesprek met mijn vriendin, onze smartphones liggen uitnodigend naast ons bestek op tafel, klaar om te rinkelen, waarna twee stemmen, de mijne en ééntje zo’n 70 km verderop, mekaar gretig in de armen vallen, mijn vriendin kijkt wat rond en zwijgt … dat telefoontje blijft in mijn hoofd hangen … ik kijk geregeld langs haar heen naar de mensen die binnen komen en wuif glimlachend bij het zien van bekenden. Mijn ogen flitsen door naar de heerlijkheden die op de tafel naast ons zijn geserveerd. Buiten begint het zachtjes te sneeuwen. Ik moet straks nog … En morgen … De garçon … Wat zeg je ?

Niet afhoudende prikkels en boodschappen strijden om mijn oren en ogen en ik laat het met alle gemak gebeuren. Als het even tegen zit, kom ik niet te weten waarover ze me beslist wilde spreken.

Tussen stimulus en respons zit er een leemte. En net in dié ruimte ligt onze vrijheid én onze kracht om met aandacht onze manier van reageren te kiezen. Het is nu net daarin dat groei en zelfverwezenlijking liggen. Die aandacht, die intussen door meditatie verankerd zit in mezelf, is een enorme kracht die me de kans geeft om stil te staan en te herkennen wat er bij mij aan het gebeuren is, om een situatie af te tasten en om te kiezen hoe ik daarmee om zal gaan en dus niet ondergaan.  Jawel, aandacht geeft me vrijheid.

9935334_orig

Aandachtig zijn bij jezelf en bij je omgeving. Aanwezig zijn bij wat er aan het gebeuren is. Leven in het hier en nu. Mindfulness wint terrein en heeft mijn leven veranderd en ja, voor de stoïcijnen en de boeddhisten is deze hype intussen zo’n 2000 jaar oud. Ik bewonder de Stoa en ben een stille fan van Marcus Aurelius, hij formuleerde het als volgt :

“Het zelfbewustzijn is niets anders dan het bewustzijn van een ik dat handelt en leeft in het huidige moment. Ik moet mijn aandacht concentreren op wat ik op dit moment denk, op wat ik op dit moment doe en op wat me op dit moment overkomt, zodat ik de dingen zie zoals ze zich op dit moment aan mij voordoen, zodat ik mijn aandacht richt op dat waarmee ik bezig ben, en alleen dat wil doen wat de mensen om me heen ten goede komt, zodat ik wat me op dit moment overkomt en alleen van mij afhangt, aanvaard alsof het lot het heeft gewild.”

Marcus Aurelius zou dus nu, oog in oog, aan tafel zitten met mijn vriendin, babbelend over wat haar bezig houdt, haar bestaan, haar bevoegdheden en haar vreugde erkennend, stevig in het moment, met volle aandacht.

Dit is precies wat aan afleiding of mijn gebrek aan aandacht ten grondslag lag : mijn onvermogen de situatie scherp onder ogen te zien. Mijn bezigheden worden dagelijks onderbroken door enige uren slaap; zolang ik wakker ben, zijn er continu tegengestelde belangen die om mijn aandacht strijden. Ik besef dat ik binnen mijn beperkingen de juiste keuzes zal moeten maken, de juiste gewoontes ontwikkelen en de juiste idealen nastreven om dit leven enigszins vorm en zin te geven. En ja, ik hoor het je denken : wat is “juist” … ? Ik stel voor te blijven zoeken.

Met aandacht verleg ik m’n mogelijkheden en verzilver ik opportuniteiten :

van horen naar luisteren,

van kijken naar zien,

van m’n honger stillen naar proeven,

van kletsen naar spreken,

van flapuit naar bedachtzaamheid,

van erbij zijn naar beleven.

Afleiding loert overal om de hoek en zo’n afgeleide geest is beslist een onhandige gids en vooral een lousy raadgever. Afgeleid worden houdt in feite niets anders in dan dat we ons juist afwenden van onszelf en van een wereld die we onnadenkend en wellicht overhaast, tot de onze hebben gemaakt. Daar tegenover staat een leven in vrijheid, een leven waarin we niet voortdurend op de vlucht zijn voor onszelf en de wereld, maar ernstig de uitdaging van het bestaan aangaan, de uitdaging om in de tijd die we hebben, er toe te doen.

Terwijl ons hoofd druk is met het verleden en de toekomst, is het de kunst om NU te ervaren wat er te ervaren is. Meer is er niet te doen. Meer is er nooit te doen geweest. Het leven is geen aaneenschakeling van straksen, het is een opeenvolging van nu-momenten.

Imagine …

Stel je voor dat elk van ons steeds ingelogd zou zijn bij zichzelf en zou beseffen hoe zijn daden een effect hebben op anderen;

Stel je voor dat bedrijven en overheden de reikwijdte en consequenties van hun acties en beslissingen zouden erkennen;

Stel je voor dat we echt met z’n allen aandacht zouden hebben voor elkaar en een cultuur van oprechte verbondenheid zouden cultiveren.

Aandacht is de meest eenvoudige en ijzersterke sleutel tot diepgaande relaties. Ik ben enorm dankbaar voor die wake-up-call, die me de weg naar mindfulness en verwondering in het leven heeft getoond. Al wandelend ontstaat de weg, zei Machado. Dat geldt niet alleen voor een trekking door Azië, maar voor je hele leven. Als je dat kan, dan haal je alles uit je leven, uit ieder moment. Of je nu de wereld rondreist of voorover gebogen in je tuin onkruid wiedt. Als je het met volle aandacht kunt doen, dan wordt het een moment van betekenis.

 

Digital Mania

“Het is onzinnig

dat een verstandig mens

zich vergaapt

aan het teruggekaatste licht in een onnozel steentje,

terwijl

het hem vergund is

zijn ogen op te slaan naar de sterren des hemels en de stralende zon !”

Thomas More – Utopia – 1516

samsung-galaxy-s5-10.jpg

 

“Het is onzinnig

dat een verstandig mens

zich voortdurend vergaapt

aan het scherm van een smartphone,

terwijl

het hem vergund is

zijn ogen op te slaan naar de sterren des hemels en de stralende zon !”

Mich Baeyens – 500 jaar na Thomas More

 

Tijd en ik

5:30 a.m.

een mat,

een meditatiekussen,

stilte,

zitten als activiteit,

mijn eerste traag moment van deze dag.

Het was gebrek aan tijd dat me er toe bracht om over tijd na te denken, om bij mijn aanvoelen van tijd stil te staan. Hoe ver kan je het schoppen in het leven : tijd maken voor “tijdarmoede” …

En toch, het idee keer op keer achter de feiten aan te rennen, overspoeld te worden door quasi eindeloze en vaak oninteressante informatie, onophoudelijk voor keuzes te staan en me overweldigd te voelen door de snelheid van het leven, spreekt me allerminst aan. Het idee altijd “aan” te hoeven staan, net zo min. Druk, druk, druk bezig zijn, een overvolle agenda en sociaal veel bevraagd worden, lijken garant te staan voor een schijnbaar succesvol leven. Ik haat die staccatocultuur die op kousenvoeten is komen binnen waaien : steeds meer willen, steeds iets anders willen en het steeds sneller willen. Ons consumeren valt amper bij te houden. De tijd dringt. Tegenstrijdige belangen. Het klimaat vraagt om minder. De economie om meer. De mens hunkert naar vertraging. De samenleving om versnelling. En de winnaar is … !!! Jawel, de economie, onze wereld regerend onder het mom van vooruitgang en daarmee ook mijn persoonlijke tijdservaring.

1012301_10201705983194644_926802192_n

Ik geloof dat we met z’n allen wel tijd willen hebben om gewoon te zitten en naar de stilte te luisteren, die uit het niets komt. Maar eerlijk : als je de tijd kreeg, zou je dan echt stil kunnen zitten en genieten van de rust ? We rennen ons hele leven al en blijven zelfs in de toekomst rennen, daarheen waar we geluk denken te vinden en we verliezen de vrijheid van het huidige moment. Voor een door tijd voortgedreven mens zijn rust en niets doen, vrees ik, zelden inspiratiebronnen, maar eerder de angstaanjagende voorboden van een tot mislukking gedoemd bestaan aan de zelfkant van een middelpuntvliedende maatschappij.

In de wachtzaal bij de dokter blijf ik bij mijn ademhaling. Neen, Mich, je hebt geen nieuwe berichten en de roddels van de Story zijn intussen hiStory.  Ik hou er van met mijn man te fietsen en niets te zeggen.  Of in m’n ééntje in de file niets te doen, alleen met m’n reflectie, gretig om creatieve ideeën te omarmen, just for fun, zonder SMART-doelstellingen, SWOT-analyses of hét algemeen economisch belang. Ik druk op de “refresh-toets” en maak mijn ruimte om ,vanuit het niets doen, te scheppen in mijn hoofd en in mijn leven.

Mijn vrees voor een onherroepelijk point van no-return is reëel. Maar er is nog hoop en die is, volgens een Duits socioloog Harald Welzer, gelegen in het “zelf-denken”. Om buiten de termen van de expansieve moderniteit te denken, moeten we onderkennen dat wij zelf deel van het probleem zijn.

Tijd dus voor een pertinente zelfbevraging : hoe willen we eigenlijk leven ?